Optimalisatie van ons woonpatrimonium noodzakelijk
De vrije ruimte raakt steeds meer opgevuld. Anderzijds worden naar schatting 432.000 woningen onderbewoond. Jongeren hebben het steeds moeilijker om een woning te kopen of kopen, en een optimalisatie van ons woonpatrimonium dringt zich op.
Wonen blijft in België (te) duur, zeker voor de lage inkomens. Dat blijkt uit het rapport ‘Een derde blik op slechte huisvesting in Europa 2018’ van de European Federation of National Organisations Working with the Homeless (FEANTSA) en Fondation Abbé Pierre, een organisatie die instaat voor de huisvesting van kansarmen.
De Belgische huisvesting is iets beter dan het Europees gemiddelde, maar het is geen reden om hoog van de toren te blazen. Dat lezen we in een bijdrage van Alice Devenyns in MO. Het rapport interpreteert de meest recente data verzameld door Eurostat. Deze gegevens werden samengebracht in 2016 en vrijgegeven in 2017. Het rapport neemt in zijn analyse van de huisvestingssituatie in Europa drie verschillende aspecten in beschouwing: de prijs van huisvesting, de kwaliteit van woningen en de sociale factoren die een invloed hebben op de woonomstandigheden. Het rapport werkt ook een strategie uit om het probleem van dakloosheid aan te pakken.
In België is vooral de kloof tussen arme huishoudens en de totale bevolking wat de kost van huisvesting betreft aanzienlijk. Waar de totale Belgische bevolking gemiddeld 19,5% van haar inkomen uitgeeft aan huisvesting, is dit 38,5% van het inkomen bij arme huishoudens.
9,5% van alle Belgische huishoudens moet meer dan 40% van haar totale inkomen aan de kant zetten voor huisvesting in 2016. Dit aandeel bedraagt maar liefst 37,6% van alle arme huishoudens. België zit net onder het Europese gemiddelde van 39%. Frappanter nog is de kloof bij achterstallige betalingen van huur of de afbetaling van een woning. In 2016 kampte 3,2% van de totale Belgische bevolking met achterstallige betalingen, tegenover maar liefst 11,9% van de arme huishoudens. Het tweede cijfer ligt een pak hoger dan het Europese gemiddelde van 8,7%.
Groeiend probleem voor iedereen
Naast de lagere inkomens wordt wonen voor steeds meer mensen een financieel probleem. Zelfs (jonge) tweeverdieners krijgen het moeilijk om de kosten voor de huur of de aankoop van een woning te dragen. Bij steeds meer koppels gaat intussen al een groot deel van de maandelijkse loonmassa naar de huur of afbetaling van de woning.
Groeiende groep alleenwonende ouderen kwetsbaar
Naast de klassieke huishoudens.groeit de groep van oudere alleenwonenden aan, en hier valt te vrezen voor nog meer problemen.
Wie het met een gemiddeld pensioen van 1200 euro per maand moet stellen, komt niet ver op de huurmarkt. Ook de sociale woningen worden steeds duurder en de wachtlijst groeit alleen maar.
Alleenwonenden die het geluk hebben wel over een eigen woning te beschikken, zitten vaak een financiële strop rond de nek. Het ontbreekt hen dikwijls aan de nodige financiën om de woning te onderhouden. In vele gevallen leven ze in een te groot geworden, verouderd huis dat niet aan de noden van hun leeftijd is aangepast.
Zelfs al hebben we spaargeld, toch blijft het voor velen een psychologische drempel om meer aan het onderhoud van onze woning te besteden dan we maandelijks aan inkomen hebben.
Steeds strengere minimumvereisten
De elementaire vereisten inzake veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit worden bepaald in de Vlaamse Wooncode (VWC) en het Woningkwaliteitsbesluit. Deze vereisten zijn minimumnormen waaraan elke woning in het Vlaamse gewest moet voldoen, en ze worden steeds strenger (lees duurder).
Wie niet tijdig zijn woning met deze regelgeving in orde stelt, zal bij een verkoop van de woning voor een onaangename financiële verrassing komen te staan.
De cijfers worden intussen alarmerend. Volgens het Grote Woononderzoek 2013 is 37% van de Vlaamse woningen van ontoereikende kwaliteit en hebben ze herstellingswerken nodig voor ze een conformiteitsattest kunnen bekomen.
Bovendien is de opwaardering van de kwaliteit van het woonpatrimonium noodzakelijk om de vooropgestelde doelstellingen in het woonbeleidsplan Vlaanderen te halen. Tegen 2050 moeten alle Vlaamse woningen voldoen aan de minimale vereisten op het vlak van de woningkwaliteit.
Woonpatrimonium optimaliseren noodzakelijk om klimaatdoelstelling te halen
Willen we de klimaatdoelstellingen halen, dan zal het zonder meer nodig zijn om ons woonpatrimonium te optimaliseren. Dat stelt Olivier Carrette, afgevaardigd bestuurder van de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector (UPSI-BVS).
In een open brief vraagt hij aan de nieuwe regeringen in ons land om "ons stokoude woningpatrimonium nu eindelijk eens radicaal aan te pakken". Hij wil een aantal concrete maatregelen: het btw-tarief voor nieuwbouw naar 6 procent verlagen, striktere energienormen voor het verouderde patrimonium opleggen, gunstmaatregelen voor gezinnen in nieuwbouw, en een efficiënter vergunningenbeleid. We zullen onze ambitieuze klimaatdoelstellingen in geen honderd jaar halen als ons versleten woonpatrimonium niet in een snel tempo vervangen wordt, én de fiscaliteit en het vergunningenbeleid onveranderd blijft, stelt Carrette.
Hij geeft ook enkele duidelijke cijfers. Zo telt ons land bij benadering 5,5 miljoen woningen. Met een gemiddelde leeftijd van 50 à 55 jaar behoren de Belgische woningen tot de alleroudste van Europa. Maar liefst 38 procent dateert van voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, een kwart zelfs nog van voor WO I. In meer en meer huizen duiken problemen op:
- 21 procent van de woningen kampt met elektriciteitsproblemen
- 20 procent zit met een lekkend dak, vochtige muren of vloer, of rottend raamwerk
- 16 procent heeft dan weer condensatieproblemen
- 10 procent zit met water in de kelder
Impasse
De energieconsumptie voor het verwarmen van een nieuwe woning ligt snel 80 procent lager dan bij een bestaande oudere woning waar de (dure) energie letterlijk aan ramen en deuren naar buiten vliegt.
Bovendien komen er elk jaar hooguit 60.000 nieuwbouwpanden bij. Dit is een inhaaloperatie van nauwelijks 1 procent per jaar tegenover het gigantisch verouderde bestaande patrimonium. U leest het goed: amper 1 procent.
Een groeiend aantal van deze woningen is in handen van alleenwonenden. Vaak ontbreekt het hen aan de middelen om de noodzakelijke werken uit te voeren, en deze situatie zal er zeker niet op verbeteren.
Goed voor het wonen in het algemeen
Als veel alleenwonenden besluiten om een woning te delen is dat goed voor het wonen in ons land in het algemeen. Nu is sprake van een duidelijk tekort aan degelijke huur- en eigenaarswoningen voor zowel alleenstaanden als gezinnen.
Bij elke woning die twee alleenstaanden besluiten met elkaar te delen zal een van beiden zijn woning opgeven en komt er dus een woongelegenheid vrij. Dit zal dus na verloop van termijn het aanbod verruimen en dit zal zeker een gunstige weerslag hebben op de prijzen van huur- en eigenaarswoningen zodat wonen voor iedereen democratischer wordt.
Je bespaart met Homemates minstens 670 euro per maand
Een optimalisatie van ons woonpatrimonium dringt zich op. Heel wat alleenstaande ouderen wonen in een veel te grote woning die ze niet of onvoldoende kunnen onderhouden. Door te gaan samenwonen komen niet alleen veel woningen vrij, wat de druk op de prijs voor wonen kan verlichten. Anderzijds kan de persoon die zijn woning met een andere alleenwonende deel kosten besparen en zo budget vrijmaken voor het onderhoud van zijn woning. Homemates brengt ook voor dit prangend maatschappelijk probleem een concrete oplossing die de druk op wonen zal verlichten.
Uit onderzoek blijkt dat je door via Homemates je woning met een andere alleenwonende te delen minstens 670 euro per maand kunt besparen. Dit geeft je de nodige financiële armslag om je woning goed te onderhouden.
Zo blijft de woning haar waarde behouden en komt ook de erfenis van je kinderen niet in het gedrang. Van overheidswege worden trouwens steeds meer verplichtingen op het vlak van isolatie, energie, enz. opgelegd.